U bent hier

Wet betreffende de vergunning van handelsvestigingen

Vroegere socio-economische machtiging (toT 31 juli 2018)

Wie een grote detailhandel wilde starten, d.w.z. een handelszaak met een netto verkoopoppervlakte van meer dan 400 m² toegankelijk voor het publiek, had een socio-economisch vergunning nodig, afgeleverd in toepassing van de wet van 13 augustus 2004, wet op de handelsvestigingen (Ikea-wet), gewijzigd door de wet van 22 december 2009 tot aanpassing van sommige wetgevingen aan de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlementen de Raad betreffende diensten op de interne markt.  

Het aanvragen van deze socio-economische machtiging gebeurde bij de gemeentelijke administratie van de vestigingsplaats. De machtiging werd verleend door het college van burgemeester en schepenen. In bepaalde omstandigheden werd voorafgaand aan de machtiging, het advies van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie (NSECD) gevraagd.

 

Regionalisering van de wet

Met de zesde staatshervorming is de bevoegdheid voor het vergunningsbeleid inzake handelsvestigingen en het Nationaal Sociaal Economisch Comité voor de Distributie, overgedragen aan de gewesten. Op 1 juli 2014 veranderde de samenstelling van het NSECD en van de beroepsinstantie ICD (Interministerieel Comité voor de Distributie).

Handelsvestigingen in Vlaanderen

Vlaanderen bereidde de overdracht van de bevoegdheid handelsvestigingen voor door een decreet op te maken als opvolger voor de federale wet uit 2004. Het voorontwerp van het decreet Integraal handelsvestigingsbeleid werd al in februari 2014 door de Vlaamse regering goedgekeurd en werd nadien voor advies aan de adviesraden voorgelegd. De informatie over het integraal handelsvestigingsbeleid vindt u in het artikel 'Integraal handelsvestigingsbeleid'. 

Het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid werd in 2016 goedgekeurd. De nieuwe vergunning voor kleinhandelsactiviteiten, geïntegreerd in de omgevingsvergunning, wordt toegepast vanaf 1 augustus 2018.

Verwante websites

Delen